Warmtenet Zuid-Limburg
Algemene informatie - Warmtenet Zuid-Limburg
Terug naar navigatie - Warmtenet Zuid-Limburg - Algemene informatie - Warmtenet Zuid-Limburg| Projectnummer | n.n.b. |
Datum: 21-07-2026 |
| Portefeuillehouder | N. Vennik | |
| Projectleider | L. Bischoff | |
| Programma's | 4 (maatschappelijk nut) | |
| Periode | 01.01.2009 - 31.12.2035 | |
| Status | In voorbereiding |
Doelstelling
Met de realisatie van een warmtenet, dat in eerste instantie gebruikmaakt van restwarmte van Chemelot, voorzien in de warmtebehoefte van een groot deel van de gebouwen binnen Zuid-Limburg. Het warmtenet is een kansrijke mogelijkheid om invulling te geven aan de warmtetransitie die erom vraagt om woningen en bedrijven duurzaam en betaalbaar aardgasvrij te maken.
Betrokken partijen
Intern: Afdelingen Ruimte en BMO
Extern: de gemeenten Beek, Stein, Sittard-Geleen, Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, de Provincie Limburg, het Ministerie van Economische Zaken, Ennatuurlijk, ZoWonen, LEF, Enexis, Chemelot.
Acties 2027 e.v.
Fase 3 van Warmtenet Zuid-Limburg is afgerond. Gebleken is dat warmtenetten in Zuid-Limburg veel kansen bieden en een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie. Daarom zetten de samenwerkende partijen de ontwikkeling voort. In deze fase is onderzocht of een warmtenet in Zuid-Geleen mogelijk en betaalbaar is. Dit warmtenet zou gebruikmaken van de restwarmte van bedrijven op industriepark Chemelot. Uit het onderzoek blijkt echter dat de inzet van slechts één warmtebron (in dit geval de restwarmte van Chemelot) risico’s met zich meebrengt. Daarom wordt in het vervolg breder gekeken naar een combinatie van warmtebronnen, zoals restwarmte, warmte uit mijngangen en collectieve warmtepompen. De ontwikkeling van warmtenetten in Zuid-Limburg gaat door met een aangepaste, gebiedsgerichte aanpak. Zuid-Limburg wordt daarbij verdeeld in drie clusters (gebieden): Maastricht/Meerssen, Parkstad en de Westelijke Mijnstreek. Per gebied wordt onderzocht welke warmtebronnen of combinaties daarvan het beste passen bij de lokale situatie, de warmtebehoefte en de kansen in het gebied. Ook wordt bekeken of dit financieel haalbaar is. Partijen bezien nu eerst hoe de verdere samenwerking en vervolgaanpak eruit komen te zien en gaan dan aan de slag. De verwachting is dat medio 2027 de resultaten van de vervolgstappen kunnen worden voorgelegd. Eind 2027 wordt een raadsvoorstel voorgelegd over de inzet van de geraamde middelen.
Eerdere besluitvorming
Fase 1 (Kwartiermakersfase) | (2022 - okt.23) : In deze fase zijn de belangrijkste aspecten benodigd voor een regionaal warmtenet in beeld gebracht. Denk aan duurzame bronzekerheid, een juridische toets, het raadplegen van mogelijke partners, geschikte samenwerkingsvormen en financieringsmogelijkheden. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er voldoende fundament bestaat om het project gefaseerd door te zetten, in de vorm van een geheel publiek partnerschap tussen gemeenten, provincie en netbeheerder.
Fase 2 (Voorbereidende fase) | (okt.23-jun24): deze fase is afgerond met een Ontwikkelovereenkomst en het Projectplan voor Fase 3 WZL. De ontwikkelovereenkomst en het projectplan voor Fase 3 van WZL zijn gericht op het uitwerken van de mogelijkheden voor realisatie van een eerste gedeelte van het regionale warmtenet, dit is de ontwikkelfase.
Fase 3 (Ontwikkelfase) | (sept. 24 - jun.26) : In deze fase hebben tien Zuid-Limburgse gemeenten, Provincie Limburg, Enpuls Warmte Infra (Enexis Groep) en Energie Beheer Nederland (EBN) in haar rol als nationale deelneming warmte, onderzocht hoe een publiek warmtenet kan worden gerealiseerd in Zuid-Limburg. Deze fase heeft waardevolle kennis, inzichten en ervaringen opgeleverd. Tegelijkertijd is gebleken dat de warmtebronnen en het financiële plan extra aandacht vragen.
Financiële informatie - Warmtenet Zuid-Limburg
Terug naar navigatie - Warmtenet Zuid-Limburg - Financiële informatie - Warmtenet Zuid-LimburgFinancieel overzicht
In 2023 is € 25.000 bijgedragen in fase 2 van WZL, welke is gedekt vanuit de specifieke uitkering CDOKE.
In 2024 is € 45.000 bijgedragen in fase 3 van WZL, waarvan € 40.000 is gedekt uit de specifieke uitkering NPLW en € 5.000 uit de specifieke uitkering CDOKE.
In 2025 zijn geen kosten gemaakt voor WZL.
Vanuit de CDOKE-middelen is per 2026 jaarlijks een bijdrage aan WZL van € 45.000 geraamd.
Om de voortgang van het project te garanderen, is in de voorliggende meerjarenbegroting 2027-2030 voorgesteld om voor de jaren 2028 en 2029 jaarlijks € 100.000 aanvullend beschikbaar te stellen.
Eind 2027 wordt een raadsvoorstel voorgelegd over de inzet van de geraamde middelen.