Paragraaf 7 / Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Inleiding

Lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente Beek. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in belastingen, heffingen en rechten:

  • Belastingen worden door de gemeente geheven zonder dat daar een rechtstreeks aanwijsbare individuele tegenprestatie tegenover staat. De opbrengsten behoren tot de algemene middelen van de gemeente en kunnen vrij worden besteed. Voorbeelden hiervan zijn de onroerendezaakbelasting (OZB) en de toeristenbelasting.
  • Heffingen en rechten worden geheven in verband met de kosten van gemeentelijke dienstverlening of specifieke gemeentelijke taken. Bij heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing, worden de opbrengsten gebruikt ter dekking van de kosten van de betreffende gemeentelijke taak. Bij rechten staat een rechtstreeks aanwijsbare tegenprestatie tegenover de betaling, bijvoorbeeld bij leges. Voor deze heffingen en rechten geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. De geraamde opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten die met de heffing worden gedekt.

De gemeenteraad kan door het vaststellen van een verordening lokale belastingen en heffingen invoeren, wijzigen of intrekken. Gemeenten zijn autonoom in het bepalen van de hoogte en de besteding van de gemeentelijke belastingen. De gemeente mag echter niet onbeperkt belastingen heffen, alleen de in de Gemeentewet opgenomen belastingen zijn toegestaan. In de belastingverordeningen zijn de grondslagen en tarieven opgenomen. De belastingverordeningen en bijbehorende tariefbesluiten voor 2027 worden via een separaat voorstel aan het college en de gemeenteraad ter vaststelling voorgelegd.

De heffing en inning van de lokale heffingen van Beek is grotendeels ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

Relevante beleidsdocumenten
·   Jaarlijkse belastingverordeningen en bijbehorende tariefbesluiten;
·   Jaarlijks belastingoverzicht provincie Limburg;
·   Coalitieakkoord 2026-2030, waarin als bestuurlijke doelstelling is opgenomen dat de lokale lasten beheersbaar blijven. Een verhoging van de OZB komt pas aan de orde nadat besparingen, herprioritering en efficiencymaatregelen zorgvuldig zijn afgewogen.

Onroerende Zaak Belasting (OZB)

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Onroerende Zaak Belasting (OZB)

De opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemeen dekkingsmiddel en maakt daarmee onderdeel uit van de algemene middelen van de gemeente. Tegenover de OZB-opbrengst staan geen specifieke gemeentelijke uitgaven. De OZB wordt geheven van de eigenaren van alle woningen en de eigenaren en gebruikers van niet-woningen binnen de gemeentegrenzen. Jaarlijks vindt een herwaardering van het onroerend goed plaats. De WOZ-waarden voor het jaar 2027 worden gebaseerd op de waarde peildatum 1 januari 2026. Eind 2026 is bekend hoe de waardeontwikkeling uitpakt en welke gevolgen dit heeft voor de tarieven. In deze begroting is rekening gehouden met de reguliere prijsindex van 2,1%.

Algemene uitkering
Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. Voor de belastingcapaciteit wordt een afgeleide van de WOZ gebruikt. Gemeenten die binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt met 80% rekening gehouden en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde OZB-tarief. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, is niet relevant voor deze aftrekpost bij de algemene uitkering.

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

Sinds 1 januari 2011 worden de afvalinzameling en aanverwante reinigingstaken uitgevoerd door het Regionale afvalbedrijf Westelijke Mijnstreek (RWM). RWM is een overheids-NV (Naamloze Vennootschap) die is opgericht door en werkt voor de gemeenten Beek, Echt-Susteren, Sittard-Geleen, Stein. De gemeente Beekdaelen is per 1 januari 2025 uitgetreden. Met de start van RWM is ook Beek overgeschakeld op het afwisselend inzamelen van gft- en restafval (2 aparte containers). Aan de hand van het volume/frequentie-systeem wordt de afvalstoffenheffing gebaseerd op een vast tarief dat voor iedereen gelijk is én een variabel tarief dat afhankelijk is van de aangeboden fracties (prijs per kg) en het aantal keren dat het afval (restafval wel, gft niet) wordt aangeboden.

Herhuisvesting
RWM is momenteel gehuisvest op een gehuurd perceel, waarvan de huur eind 2029 eindigt. Het huidige perceel is niet meer passend om materieel en personeel te kunnen huisvesten. Daarom is RWM in 2024 gestart met de zoektocht naar een nieuwe locatie. Dit heeft geresulteerd in een besluit van de AVA van 20 mei 2026 om de aankoop  van een perceel aan de Asselen Kuil 15 in Geleen voor te bereiden. Omdat RWM niet zelf de financiering kan dragen is ervoor gekozen om middels storting van aandelenkapitaal door de deelnemende gemeenten te financieren, conform het raadsvoorstel van 1 oktober 2026. Voor 2027 is de invloed van de herhuisvesting van RWM op de afvalstoffenheffing nog relatief beperkt, enerzijds omdat vooralsnog alleen de grondaankoop gefinancierd dient te worden en daarnaast een dividenduitkering te verwachten is als gevolg van de inbreng van het aandelenkapitaal. Deze dividenduitkering komt ten gunste van de afvalstoffenheffing. Vanaf 2029 zal de herhuisvesting van RWM meer invloed hebben op de afvalstoffenheffing, omdat dan ook de opstal gerealiseerd dient te worden.

RWM-Begroting 2027
In het nieuwe beleidskader “Van Afval Naar Grondstof 2026-2030”, dat in de raadsvergadering van september 2025 is vastgesteld zijn enkele landelijke ontwikkelingen geschetst die het verwerken van restafval de komende jaren fors duurder maken. Dit zijn onder andere de afvalstoffenbelasting, die de komende jaren sterk zal stijgen, van € 41 per ton naar € 90 per ton in 2028. Naast verhoging van de afvalstoffenbelasting betalen afvalverbrandingsinstallaties een CO2-heffing van € 149 per ton CO2-uitstoot in 2027 die zal oplopen tot € 295 per ton in 2030. Met name deze landelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de verwerkingskosten 2027 stijgen ten opzichte van 2026.  Daarnaast stijgen de kosten voor de dienstverlening 2027 van RWM met name als gevolg van CAO-ontwikkelingen.
In verband met de kostendekkendheid van de milieuparken zijn de in de regio Westelijke Mijnstreek geharmoniseerde poorttarieven voor 2027 verhoogd.  Dit zijn de kosten die inwoners betalen wanneer ze zelf afval naar het milieupark brengen waarvan het inleveren niet gratis is. De te verwachten hogere poortinkomsten zorgen voor een dempende werking op de afvalstoffenheffing 2027. 
Het vaste tarief afvalstoffenheffing 2027 stijgt door bovenstaande ontwikkelingen met 11,4% ten opzichte van 2026 zijnde € 28,25. De tarieven afvalstoffenheffing 2027 worden vastgesteld door het college en ter kennisname voorgelegd aan de raad in de decembervergadering van 2026.

Ontwikkelingen 2028-2030
In de periode 2028-2030 zullen de locaties van de milieuparken geoptimaliseerd worden en zal tevens het wagenpark van RWM mogelijk geëlektrificeerd gaan worden. De kosten daarvan zullen zodra deze inzichtelijk zijn verwerkt worden in de meerjarenbegroting.

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Rioolheffing

Gemeente Beek hanteert een kostendekkende rioolheffing. Dit betekent dat op de lange termijn de inkomsten uit de rioolheffing gelijk zijn aan de te dekken kosten. Daarbij willen we de lasten voor de burger zo laag mogelijk houden. 
Op 1 oktober 2026 heeft de raad het Beleidsplan water en riolering 2027-2031 en bijbehorende notitie actualisatie kostendekkingsberekening rioolheffing Beek 2026 vastgesteld. De financiële gevolgen daarvan zijn verwerkt in de voorliggende begroting. Dit betekent dat de rioolheffing 2027 is verhoogd met 44% ten opzichte van 2026.  Tevens is de afschrijvingstermijn van rioolinvesteringen verlengd van 40 jaar naar 70 jaar en de afschrijvingstermijn van bouwkundige onderdelen van gemalen, persleidingen en drukunits is verlengd van 40 jaar naar 50 jaar. Het kostendekkende tarief rioolheffing wordt per de begroting 2028 jaarlijks geïndexeerd met de werkelijke marktindex van het voorgaande jaar. De opbouw van de rioolheffing wordt per 2027 aangepast van 70% vast bedrag per perceel en 30% variabel deel op basis van WOZ-waarde naar 30% vast deel en 70% variabel deel, zodat rekening gehouden wordt met de financiële draagkracht van onze inwoners. 
De tarieven rioolheffing worden vastgesteld door het college en ter kennisname voorgelegd aan de raad.

Gemiddeld woonlastenniveau in de regio

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Gemiddeld woonlastenniveau in de regio

Voor het in beeld brengen van het gemiddelde woonlastenniveau (Beek, Sittard-Geleen, Stein en provincie Limburg) wordt gebruik gemaakt van Belastingoverzichten zoals die jaarlijks door de provincie Limburg worden uitgebracht.

Woonlastendruk eigenaren/gebruikers
De woonlastendruk (gemiddelde OZB, riool- en afvalstoffenheffing) laat het volgende beeld zien:

  Beek Sittard-Geleen Stein Gemiddeld W-M Limburg
2022 € 869 € 901 € 848 € 872 € 853
2023 € 897 € 948 € 881 € 909 € 875
2024 € 929 € 977 € 971 € 959 € 915
2025 € 918 € 1.010 € 1.008 € 979 € 948
2026 € 990 € 1.026 € 1.028 € 1.014 € 980

bron: Belastingoverzicht provincie Limburg 2022 t/m 2026

Grafisch weergegeven ziet de meerjarige ontwikkeling van de lastendruk voor eigenaren/gebruikers (OZB, riool- en afvalstoffenheffing) er vanaf 2016 als volgt uit:

bron: Belastingoverzicht provincie Limburg 

Uit de grafiek blijken een aantal zaken:
·    in 2026 is er een verdere stijging te zien in de gemiddelde lastendruk in Limburg en Westelijke Mijnstreek;
·    in absolute bedragen geldt dat Beek binnen de Westelijke Mijnstreek de laagste woonlasten kent;
·    de Beekse woonlasten zijn € 10 hoger dan het provinciaal gemiddelde en € 25 onder het gemiddelde van de Westelijke Mijnstreek.

Los daarvan de volgende nadere nuancering:

2026 Beek Sittard-Geleen Stein Gemiddeld W-M Limburg
Gemiddeld bedrag OZB € 384 € 446 € 363 € 398 € 386
Gemiddeld bedrag rioolheffing € 243 € 242 € 283 € 256 € 254
Gemiddeld bedrag afvalstoffenheffing € 363 € 338 € 382 € 361 € 327
Totaal gemiddeld € 990 € 1.026 € 1.028 € 1.014 € 980

bron: Belastingoverzicht provincie Limburg 2026

 

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Kwijtschelding

Mensen die op grond van hun inkomen hun belastingen niet kunnen betalen worden getoetst aan de (wettelijk voorgeschreven) kwijtscheldingsnormen. Als sprake is van onvoldoende betalingscapaciteit wordt kwijtschelding verleend. Kwijtschelding is uitsluitend van toepassing op het vaste tarief afvalstoffenheffing. Voor alle andere gemeentelijke belastingen in Beek is kwijtschelding niet van toepassing.

Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Leges

De bij de Legesverordening behorende Tarieventabel bestaat uit 3 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 omvat de algemene dienstverlening zoals de burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen. Hoofdstuk 2 heeft betrekking op de omgevingsvergunningen en hoofdstuk 3 bestaat uit vergunningen die onder de werking van de Europese Dienstenrichtlijn vallen, zoals horecavergunningen en evenementen en markten.

Voor de leges geldt als uitgangspunt dat de totale geraamde opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de totale geraamde kosten van de dienstverlening waarop de leges betrekking hebben. Binnen deze kaders is kruissubsidiëring toegestaan. Dit houdt in dat een product waarvan de opbrengsten hoger zijn dan de kosten, een product waarvan de kosten hoger zijn dan de opbrengsten kan compenseren. De totale kostendekkendheid van de Legesverordening mag daarbij niet boven 100% uitkomen.

Een aantal legestarieven wordt door de Rijksoverheid gemaximeerd. Het gaat onder andere om tarieven voor paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten, rijbewijzen, verklaringen omtrent het gedrag (VOG) en vergunningen op grond van de Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit 2000. De overige legestarieven worden, conform het raadsbesluit van 14 december 2017, door het college vastgesteld. Het college stelt de legestarieven voor 2027 in november 2026 vast.

De totale kostendekkendheid van de Legesverordening bedraagt 73%. Binnen de gemeente Beek wordt geen tijd geschreven. De toerekening van uren aan producten vindt plaats op basis van normtijden.

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Kostendekkendheid

Alle lokale heffingen en leges worden opgelegd conform wet- en regelgeving en lokaal beleid.

Berekening kostendekkendheid
  Afvalstoffenheffing Rioolheffing
Kosten taakveld 2.625.120 843.834
Overige inkomsten taakveld -495.405 0
Inzet voorziening (meerdere boven plafond) -204.377 n.v.t.
Netto kosten 1.925.338 843.834
     
Toe te rekenen kosten:    
Overhead 148.315 237.626
Tariefrente 797 163.935
Rente projectfinanciering n.v.t. 300.005
BTW 432.981 1.479.280
Kwijtschelding 79.000 n.v.t.
Heffing en invordering 44.897 21.880
Totaal toegerekende kosten 705.990 2.202.726
     
Opbrengst heffingen 2.631.328 3.046.560
Dekkingspercentage 100% 100%
Berekening kostendekkendheid
 
    Lasten B2027 Baten B2027 Dekkings%
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand 67.584 30.518 45%
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart  327.474 266.745 81%
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen 108.893 88.778 82%
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens 14.654 7.051 48%
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken 8.623 2.977 35%
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten 76.662 37.814 49%
Paragraaf 1.10 Diversen 8.300 953 11%
Totaal hoofdstuk 1   612.190 434.835 71%
         
Paragraaf 2.2 t/m paragraaf 2.4 Voorfase en activiteiten m.b.t. bouwwerken en cultureel erfgoed 576.179 481.896 84%
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten 11.082 3.321 30%
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten 31.446 3.925 12%
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten 23.342 13.393 57%
Paragraaf 2.12 Modaliteiten 19.193 17.944 93%
Paragraaf 2.13 en 2.14 Vermindering en teruggaaf 8.300 -6.800 -82%
Totaal hoofdstuk 2   669.543 513.679 79%
         
Paragraaf 3.1 Horeca 8.039 3.714 46%
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt 15.562 1.356 9%
Paragraaf 3.5 Standplaatsen 3.113 1.527 49%
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit 1.816 371 20%
Totaal hoofdstuk 3   28.529 6.968 24%
Totaal legesverordening   1.310.263 955.482 73%

 

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Toeristenbelasting

De gemeente Beek heft op basis van artikel 224 Gemeentewet toeristenbelasting voor personen die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven en die tegen een vergoeding binnen de gemeente overnachten. De belasting wordt geheven per persoon per overnachting. De opbrengst is een algemeen dekkingsmiddel.  Het tarief voor 2027 wordt vastgesteld door de gemeenteraad bij de behandeling van de Verordening toeristenbelasting 2027 in december 2026.

Overige lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Overige lokale heffingen

Marktgelden
De gemeente Beek heft marktgelden voor het innemen van een standplaats op de gemeentelijke markt. Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie een standplaats is toegewezen of die een standplaats inneemt. Het marktgeld wordt bepaald op basis van het aantal strekkende meters van de standplaats. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Verordening marktgelden.

Lijkbezorgingsrechten
De gemeente Beek heft lijkbezorgingsrechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats en voor de door of vanwege de gemeente verleende diensten in verband met de begraafplaats. Het betreft onder andere rechten voor het begraven, het bijzetten van as en voor het gebruik en onderhoud van graven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Verordening lijkbezorgingsrechten.

Saldomatrix

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 / Lokale heffingen - Saldomatrix
Opbrengst van de gemeentelijke belastingen en heffingen (x € 1.000)
Omschrijving
Pfh.
R2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
OZB:
Dirx
·  niet woningen eigenaar
1.780
1.793
1.830
1.941
1.978
1.978
·  niet woningen gebruiker
1.260
1.198
1.223
1.313
1.316
1.316
·  woningen eigenaar
2.870
2.896
2.957
2.957
2.959
2.966
Totaal OZB
5.909
5.887
6.011
6.211
6.253
6.260
Afvalstoffenheffing:
Dirx
·  vast tarief
1.689
1.845
2.043
2.371
2.374
2.400
·  variabel tarief
641
588
588
588
588
588
Totaal Afvalstoffenheffing
2.330
2.433
2.631
2.959
2.962
2.988
Rioolheffing:
Dirx
·  Niet woningen (vast)
180
182
126
162
173
173
·  Niet woningen (variabel)
118
109
294
379
405
405
·  Woningen (vast)
1.273
1.302
788
1.016
1.085
1.085
·  Woningen (variabel)
514
517
1.839
2.372
2.532
2.532
Totaal rioolheffing
2.085
2.110
3.047
3.930
4.195
4.195
Mutatie rioolvoorziening
Overige belastingen:
·  Hondenbelasting
Dirx
1
0
0
0
0
0
·  Toeristenbelasting
Dirx
71
56
55
55
55
55
·  BIZ-belasting
van Basten-Boddin
114
144
143
143
143
143
Totaal overige belastingen
186
199
198
198
198
198
Overige heffingen:
·  Persoonsdocumenten
van Basten-Boddin
313
432
376
328
199
277
·  Burgerlijke stand
van Basten-Boddin
31
29
31
31
31
31
·  Vergunningen, overige dienstverlening
van Basten-Boddin
34
31
15
15
15
15
·  Aanleg inritten
Schwillens
38
25
36
36
36
36
·  Milieuleges
Schwillens
0
0
4
4
4
4
·  Markten
van Basten-Boddin
11
11
11
11
11
11
·  Openbare begraafplaats
Schwillens
54
57
57
57
57
57
·  Bouwen en wonen
Dirx
887
510
507
507
507
507
Totaal overige heffingen
1.370
1.095
1.044
996
867
945
Totaal overige belastingen en heffingen
1.555
1.295
1.243
1.194
1.066
1.144
Totaal opbrengsten belastingen en heffingen
11.880
11.724
12.931
14.294
14.475
14.586