Paragraaf 3 / Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële functie. Het treasurybeleid van de gemeente Beek is gericht op het zo goed als mogelijk financieren van de publieke taak, dan wel het zo optimaal mogelijk beheren van overtollige middelen, waarbij het beperken van het financiële risico centraal staat. De treasury heeft hierbij geen zelfstandige winstdoelstelling maar dient ter ondersteuning van de publieke taak van de gemeente. De wet Fido stelt regels voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en op uitgezette middelen van decentrale overheden, alsmede voor het beheer van de treasury. Treasury wordt daarbij gedefinieerd als het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de vermogenswaarden, de financiële geldstromen en financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Relevante beleidsdocumenten:
·    Treasurystatuut gemeente Beek (vastgesteld december 2023)

Meerjarig financieel inzicht financieringsbehoefte (bedragen x € 1.000)
  Rekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027
Vaste Activa (a) 60.459 56.609 88.746
Voorraden (b) 398 0 0
Totaal vaste Activa (incl. voorraden) (a+b=c) 60.857 56.609 88.746
       
Eigen vermogen (reserves) (d) 29.468 29.910 30.140
Vreemd vermogen (voorzieningen) (e) 13.385 5.748 10.350
Vreemd vermogen (geldleningen) (f) 24.930 24.930 44.259
Totaal beschikbaar vermogen (d+e+f=g) 67.783 60.588 84.749
Financieringsbehoefte (=c-g) -6.926 -3.979

3.997

Het financieringsoverschot per aanvang 2026 was € 4 miljoen. In de loop van 2027 zal er een nieuwe financieringsbehoefte ontstaan door de afronding en start van investeringsprojecten. 

In paragraaf 1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn de netto schuldquote en de solvabiliteitsratio opgenomen. Kortheidshalve wordt hierheen verwezen.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Kasgeldlimiet

Als kapitaal moet worden aangetrokken gelden hiervoor strikte richtlijnen en plafonds. Hoeveel geld een gemeente mag lenen, is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld er maximaal “kort” (voor een periode van maximaal 1 jaar) mag worden geleend. Het doel hiervan is het beperken van het aandeel “korte financiering” om zodoende geen disproportioneel renterisico te lopen en in algemene zin om te waarborgen dat de gemeenten hun externe financiering periodiek beoordelen en kort aangetrokken financieringsmiddelen tijdig omzetten in langlopende leningen. De uitgaven worden gefinancierd uit onze liquide middelenstroom of met gebruikmaking van kas-geldleningen. 
Omdat de informatie over de kasgeldlimiet wordt toegelicht in deze financieringsparagraaf is de extra rapportage aan de Provincie hiermee vervallen. Wel dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld als blijkt dat in drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden. 

Kasgeldlimiet (x € 1.000) 2027
Omvang begroting 1 januari 62.316
Percentage kasgeldlimiet 8,5
Kasgeldlimiet (omvang x percentage) 5.297
Kasgeldlimiet (x € 1.000) 2025 2026
Begrotingstotaal 56.606 64.310
Percentage kasgeldlimiet 8,5 8,5
Kasgeldlimiet (omvang x percentage) 4.812 5.466
Toets kasgeldlimiet 3e kw '25 4e kw '25 1e kw '26 2e kw '26
Vlottende schuld (gemiddeld) 0 0 0 0
Vlottende middelen 18.225 14.463 9.190 14.703
Saldo vlottende schuld -/-  vlottende middelen -18.225 -14.463 -9.190 -14.703
Ruimte (+) / Overschrijding (-) kasgeldlimiet 23.036 19.275 14.656 20.170

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Renterisiconorm

Waar de kasgeldlimiet als plafond geldt voor “kort” financieren, is in de wet Fido ook een richtlijn opgenomen voor “lang” financieren. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal “lang” (langer dan 1 jaar) geleend mag worden. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet méér mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De informatie over de renterisiconorm dient eveneens in de financierings-paragraaf van de begroting vermeld te worden. Het renterisico wordt voor de komende vier jaren bepaald en de renterisiconorm wordt gerelateerd aan het begrotingsjaar. Ook voor de nieuwe renterisiconorm blijft sprake van een minimumbedrag (€ 2,5 miljoen), net als nu, om te sterke beperking van financieringsmogelijkheden te voorkomen.

Meerjarig financieel overzicht renterisiconorm (x € 1.000)
Rente risico's  B2027 B2028 B2029 B2030
Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0 0
Reguliere aflossing op vaste schuld o/g (*) 890 890 890 890
Totaal renterisico 890 890 890 890
         
Berekening renterisiconorm en toetsing renterisico aan deze norm (x € 1.000)        
Begrotingstotaal 62.316 67.281 62.560 62.847
Renterisiconorm 20% (van begrotingstotaal) 12.463 13.456 12.512 12.569
Minimumnorm 2.500 2.500 2.500 2.500
Renterisico 890 890 890 890
Toetsing renterisiconorm aan norm

11.573

12.566 11.622 11.679

(*) De reguliere aflossing op nog aan te trekken geldleningen is hier nog niet in opgenomen.

EMU

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - EMU

Binnen de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarvan Nederland deel uitmaakt, is in Europese afspraken (het Stabiliteits- en Groeipact) vastgelegd dat het begrotingstekort van de individuele deelnemers ten hoogste 3% van bruto binnenlands product (BBP) mag bedragen. Het EMU-saldo wordt mede bepaald door de uitgaven van de lokale overheid.

Lokale overheden dienen hun EMU-saldo in de begroting op te nemen. Omdat de gemeentebegrotingen gebaseerd zijn op het lasten-baten stelsel, moeten de gemeentelijke begrotingscijfers worden gecorrigeerd voor diverse componenten om zo het individuele gemeentelijke EMU-saldo zichtbaar te maken. Hiertoe is de onderstaande tabel omwille van de uniformiteit verplicht voorgeschreven.

Ontwikkeling lokaal EMU-saldo (x € 1.000)
    Rekening 2025  Begroting 2026 Begroting 2027
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 1.464 -3.644 -231
-2 Mutatie (im)materiële vaste activa 5.068 -5.261 -25.343
+3 Mutatie voorzieningen 5.286 -1.299 -1.736
-4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 245 50 50
+5 Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa 0 0 0
  Berekend EMU-saldo 1.436 268 -27.260
  Norm EMU-saldo (=de individuele referentiewaarde) van gemeente Beek (bron: Septembercirculaires) -2.832 -2.832 -3.639

Nadat de wereldwijde economische crisis in 2008 ook in de eurozone leidde tot een recessie, hebben de EU-lidstaten besloten tot een gezamenlijke Europese aanpak van de crisis. Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt over reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld. Kern van deze afspraken is:
·    dat het kabinet zich, met het intreden van economisch herstel, committeert aan een verbetering van het structurele EMU-saldo met ten minste 0,5%-punt BBP per jaar;
·    de grens voor het feitelijk tekort 3% BBP blijft;
·    de overheidsschuld niet hoger mag zijn dan 60% BBP. 

Het is volgens de VNG nadrukkelijk niet de bedoeling dat elke gemeente bij het opstellen van de gemeentebegroting individueel gaat sturen op deze individuele referentiewaarde door bij een dreigende overschrijding uitgaven te gaan schrappen. Het jaarlijkse individuele EMU-saldo schommelt hiervoor te zeer en dit zou slechts betekenen dat de gezamenlijke ruimte onder het plafond niet benut wordt en noodzakelijke uitgaven uitgesteld of nog erger geschrapt worden. Dat heeft een groot negatief economisch effect en is ongewenst. Daarom adviseert de VNG gemeenten om bij het opstellen van de begroting niet te sturen op de individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort, maar wel op de ontwikkeling van de hoogte van de gemeenteschuld. Te hoge schulden zijn ook voor de financiële gezondheid van een gemeente niet goed. Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Pas als het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten wordt overschreden kan de individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort een rol gaan spelen.

Langlopende leningen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Langlopende leningen
Aangetrokken geldleningen per 1 januari 2027
Geldverstrekker Restant bedrag Rente looptijd
BNG lening 40.114.695 5.753.100 0,595% 40 jaar (einddatum 26-06-2061)
BNG lening 40.115.030 4.153.500 0,118% 50 jaar (einddatum 02-08-2071)
BNG lening 40.116.126 4.800.000 2,745% 20 jaar (einddatum 07-12-2042)
Provincie Noord Brabant N16742B13364 9.333.300 2,95% 30 jaar (einddatum 08-02-2054)
Totale aangetrokken geldleningen 24.039.900    

Renteschema

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Renteschema

 

Rente schema (x € 1.000) 2027
Externe rentelasten korte en lange financiering 859
Externe rentebaten 332
Totaal door te rekenen externe rente 527
Doorberekende rente aan grondbedrijf 0
Rente projectfinanciering doorberekend aan taakveld 470
Totaal doorberekende externe rente aan grondbedrijf en/of taakveld 470
Saldo door te rekenen externe rente 57
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen 0
Totaal interne rente over eigen vermogen en voorzieningen 0
Saldo aan taakvelden toe te rekenen externe en interne rente 57
Werkelijke rente toegerekend aan taakvelden 0
Resultaat op het taakveld treasury -57