Paragraaf 3 / Financiering

De financieringsparagraaf (oftewel treasury paragraaf) is samen met het treasurystatuut bij de invoering van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido) ingevoerd. Het doel van deze paragraaf is om de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële functie. Het treasurybeleid van de gemeente Beek is gericht op het zo goed als mogelijk financieren van de publieke taak danwel het zo optimaal mogelijk beheren van overtollige middelen, waarbij het beperken van financiële risico’s centraal staat. De treasury heeft hierbij geen zelfstandige winstdoelstelling maar dient ter ondersteuning van de publieke taak van de gemeente. De wet Fido stelt regels voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en op uitgezette middelen van decentrale overheden, alsmede voor het beheer van de treasury. Treasury wordt daarbij gedefinieerd als het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de vermogenswaarden, de financiële geldstromen en financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Relevante beleidsdocumenten:
·    Treasurystatuut gemeente Beek 2023 (vastgesteld december 2023)

Meerjarig financieel inzicht financieringsbehoefte (bedragen x € 1.000)  
  Rekening 2024  Begroting 2025  Rekening 2025
Vaste Activa (a)

55.392

63.935 60.712
Voorraden (b) 153 0 398
Totaal vaste Activa (incl. voorraden) (a+b=c) 55.545 63.935 61.110
       
Eigen vermogen (reserves) (d) 28.726 26.960 29.930
Vreemd vermogen (voorzieningen) (e) 8.099 7.023 13.385
Vreemd vermogen (geldleningen) (f) 25.820 25.820 24.930
Totaal beschikbaar vermogen (d+e+f=g) 62.645 59.803 68.245
Financieringsbehoefte (=c-g) -7.100 4.132 -7.136

Uit bovenstaande opstelling blijkt dat de gemeente ultimo 2024 geen financieringsbehoefte had. De financieringsbehoefte per aanvang 2025 was € 4,1 mln. Dit werd met name veroorzaakt door de realisatie van grote investeringsprojecten. De jaarrekening 2025 laat per ultimo 2025 een financieringsoverschot zien van € 7,1 miljoen. 

In paragraaf 1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn de netto schuldquote en de solvabiliteitsratio opgenomen. Kortheidshalve wordt hierheen verwezen.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Kasgeldlimiet

Als in de toekomst kapitaal moet worden aangetrokken gelden hiervoor strikte richtlijnen en plafonds. Hoeveel geld een gemeente mag lenen, is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld er maximaal “kort” (voor een periode van maximaal 1 jaar) mag worden geleend. Het doel hiervan is het beperken van het aandeel “korte financiering” om zodoende geen disproportioneel renterisico te lopen en in algemene zin om te waarborgen dat de gemeenten hun externe financiering periodiek beoordelen en kort aangetrokken financieringsmiddelen tijdig omzetten in langlopende leningen. De uitgaven worden gefinancierd uit onze liquide middelenstroom of met gebruikmaking van kasgeldleningen. 
Omdat de informatie over de kasgeldlimiet wordt toegelicht in deze financieringsparagraaf is de extra rapportage aan de Provincie hiermee vervallen. Wel dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld als blijkt dat in drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden. 

Kasgeldlimiet (x € 1.000)
  Vlottende schuld
(1)
Vlottende middelen
(2)
Netto vlottende schuld (+)
of overschot (-)

(3 = 1 - 2)
Kasgeldlimiet 1e t/m 4e kwartaal 2025
  ultimo januari 2025 0 12.576 -12.576
  ultimo februari 2025 0 10.480 -10.480
  ultimo maart 2025 0 11.952 -11.952
(4) gemiddelde 1e kwartaal 2025 0 11.669 -11.669
 
  ultimo april 2025 0 19.827 -19.827
  ultimo mei 2025 0 19.087 -19.087
  ultimo juni 2025 0 21.580 -21.580
(4) gemiddelde 2e kwartaal 2025 0 20.165 -20.165
 
  ultimo juli 2025 0 19.201 -19.201
  ultimo augustus 2025 0 17.947 -17.947
  ultimo september 2025 0 17.526 -17.526
(4) gemiddelde 3e kwartaal 2025 0 18.225 -18.225
 
  ultimo oktober 2025 0 15.398 -15.398
  ultimo november 2025 0 15.775 -15.775
  ultimo december 2025 0 12.216 -12.216
(4) gemiddelde 4e kwartaal 2025 0 14.463 -14.463
 
Variabelen
(5) Begrotingstotaal 2025 56.606
(6) % kasgeldlimiet 2025 volgens ministeriële regeling 8,50%
( 7 = 5 x 6) Kasgeldlimiet 2025 4.812
 
(8a of 8b = 7+ 4) Ruimte onder kasgeldlimiet (+) 1e kw 2025 16.481
Overschrijding kasgeldlimiet (-) 1e kw 2025  
(8a of 8b = 7+ 4) Ruimte onder kasgeldlimiet (+) 2e kw 2025 24.976
Overschrijding kasgeldlimiet (-) 2e kw 2025  
(8a of 8b = 7+ 4) Ruimte onder kasgeldlimiet (+) 3e kw 2025 23.036
Overschrijding kasgeldlimiet (-) 3e kw 2025  
(8a of 8b = 7+ 4) Ruimte onder kasgeldlimiet (+) 4e kw 2025 19.275
Overschrijding kasgeldlimiet (-) 4e kw 2025  
 
(1) opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd < 1 jaar en de schuld in rekening-courant
(2) kas, tegoeden in rekening-courant en overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
(5) stand van de begrote exploitatielasten per 1 januari van het desbetreffende jaar 

 

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Renterisiconorm

Waar de kasgeldlimiet als plafond geldt voor “kort” financieren, is in de wet Fido ook een richtlijn opgenomen voor “lang” financieren. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal “lang” (langer dan 1 jaar) geleend mag worden. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet méér mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De informatie over de renterisiconorm dient eveneens in de financieringsparagraaf van de begroting vermeld te worden. Het renterisico wordt voor de komende vier jaren bepaald en de renterisiconorm wordt gerelateerd aan het begrotingsjaar. Ook voor de nieuwe renterisiconorm blijft sprake van een minimumbedrag (€ 2,5 miljoen), net als nu, om te sterke beperking van financieringsmogelijkheden te voorkomen.

Meerjarig financieel overzicht renterisiconorm (x € 1.000)
Rente risico's  R2024 R2025 B2026
Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0
Reguliere aflossing op vaste schuld o/g 557 557 890
Totaal renterisico 557 557 890
       
Berekening renterisiconorm en toetsing renterisico aan deze norm (x € 1.000)      
Begrotingstotaal 51.445 69.507 65.095
Renterisiconorm 20% (van begrotingstotaal) 10.289 13.901 13.019
Minimumnorm 2.500 2.500 2.500
Renterisico 557 557 890
Toetsing renterisiconorm aan norm

9.732

13.344 12.129

 

EMU

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - EMU

Binnen de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarvan Nederland deel uitmaakt, is in Europese afspraken (het Stabiliteits- en Groeipact) vastgelegd dat het begrotingstekort van de individuele deelnemers ten hoogste 3% van bruto binnenlands product (BBP) mag bedragen. Het EMU-saldo wordt mede bepaald wordt door de uitgaven van de lokale overheid.

Lokale overheden dienen hun EMU-saldo in de begroting op te nemen. Omdat de gemeentebegrotingen gebaseerd zijn op het lasten-baten stelsel, moeten de gemeentelijke begrotingscijfers worden gecorrigeerd voor diverse componenten om zo het individuele gemeentelijke EMU-saldo zichtbaar te maken. Hiertoe is de onderstaande tabel omwille van de uniformiteit verplicht voorgeschreven.

Ontwikkeling lokaal EMU-saldo (x € 1.000)
    R2024 R2025 B2026
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2.052 1.245 -1.848
-2 Mutatie (im)materiële vaste activa 3.236 5.321 909
+3 Mutatie voorzieningen 181 5.286 -1.791
-4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 0 245 0
+5 Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa 0 0 0
  Berekend EMU-saldo -1.003 965 -4.548
  Norm EMU-saldo (=de individuele referentiewaarde) van gemeente Beek (bron: Septembercirculaire 2023 en 2024) -2.654 -2.832 -2.832

Nadat de wereldwijde economische crisis ook in de eurozone leidde tot een recessie, hebben de EU-lidstaten besloten tot een gezamenlijke Europese aanpak van de crisis. Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt over reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld. Kern van deze afspraken is:
·    overheidsbegrotingen moeten in balans of positief zijn. Een land voldoet aan die eis wanneer een lidstaat kan aantonen dat het structurele overheidstekort over meerdere jaren niet boven de 0,5% van het BBP;
·    de grens voor het feitelijk tekort 3% BBP blijft;
·    de overheidsschuld niet hoger mag zijn dan 60% BBP. 

Het is volgens de VNG nadrukkelijk niet de bedoeling dat elke gemeente bij het opstellen van de gemeentebegroting individueel gaat sturen op deze individuele referentiewaarde door bij een dreigende overschrijding uitgaven te gaan schrappen. Het jaarlijkse individuele EMU-saldo schommelt hiervoor te zeer en dit zou slechts betekenen dat de gezamenlijke ruimte onder het plafond niet benut wordt en noodzakelijke uitgaven uitgesteld of nog erger geschrapt worden. Dat heeft een groot negatief economisch effect en is ongewenst.  Daarom adviseert de VNG aan gemeenten om bij het opstellen van de begroting niet te sturen op de individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort, maar wel op de ontwikkeling van de hoogte van de gemeenteschuld. Te hoge schulden zijn ook voor de financiële gezondheid van een gemeente niet goed. Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft.

Pas als het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten wordt overschreden, kan de individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort een rol gaan spelen.

Langlopende leningen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Langlopende leningen

Er zijn in 2025 geen nieuwe geldleningen aangetrokken. Onderstaand een overzicht van de restantwaarde van de lopende geldleningen ultimo 2025. 

Aangetrokken geldleningen per ultimo 2025
Geldverstrekker Restant bedrag Rente looptijd
BNG lening 40.114.695 5.917.500 0,595% 40 jaar (einddatum 26-06-2061)
BNG lening 40.115.030 4.245.800 0,118% 50 jaar (einddatum 02-08-2071)
BNG lening 40.116.126 5.100.000 2,745% 20 jaar (einddatum 07-12-2042)
Provincie Noord Brabant N16742B13364 9.666.700 2,95% 30 jaar (einddatum 08-02-2054)
Totale aangetrokken geldleningen 24.930.000    

In 2025 is een borgstelling afgegeven voor een lening van de Regionale Ambulancevoorziening Limburg.  Bij de borgstelling staat gemeente Beek 100% garant. Dit betekent dat wanneer Ambulancezorg Limburg
in gebreke zou blijven op de lening, de schuld direct opeisbaar is bij de gemeente. Ter dekking van dit risico heeft de gemeente als zekerheid een eerste recht van hypotheek gevestigd op het nieuw aan te kopen pand van Ambulancezorg Limburg. Hiermee wordt beoogd het financiële risico voor de gemeente zoveel mogelijk te beperken.
Deze borgstelling is opgenomen onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen en tevens vermeld in de toelichting op de balans.

Saldo matrix paragraaf financiering (x € 1.000)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 / Financiering - Saldo matrix paragraaf financiering (x € 1.000)
Excel-tabel
Saldo matrix paragraaf financiering (x € 1.000)
2024
2025
Rekening
Begroting
Rekening
primitief
bijgesteld
Lasten
467
477
477
476
·  Stelpost rente lang vreemd vermogen
0
0
0
0
·  Rente lang vreemd vermogen
463
474
474
474
·  Rente kort vreemd vermogen
4
3
3
1
·  Gecalculeerde rente op eigen vermogen
0
0
0
0
Baten
488
119
511
481
·  Rente baten overige leningen
117
119
125
115
·  Rentebaten in rekening courant / kort
370
0
386
366
·  Rentebaten uitgezette gelden
0
0
0
0
Totaal paragraaf financiering
21
-358
36
5